De vijf regels

    1. Eet gevarieerd:

  • Variatie binnen de vakken.
  • Genoeg vitamines en mineralen.
  • Minder zout.
    
    2. Eet niet te veel en beweeg:
 
  • Kies voor de juiste hoeveelheid.
  • Eet met regelmaat.
  • Beperk het aantal extra's.
    
    3. Eet minder verzadigd vet:
 
  • Kies voor onverzadigd vet.
    
    4. Eet veel groente, fruit en brood:
 
  • Eet 200 gram groente per dag.
  • Eet 2 stuks fruit per dag.
  • Eet voldoende brood (het liefst de volkoren varianten).
 
    5. Eet veilig:
 
  • Koop bederfelijke producten als laatst en zet het bij thuiskomst gelijk in de koelkast.
  • Was je handen voor het eten, voor het bereiden van eten en als je vlees hebt aangeraakt. Op die manier spoel je bacteriën weg.
  • Ga bij de voorbereiding hygiënisch te werk, zo voorkom je de kans op kruisbesmetting.
  • Door je eten te verhitten dood je bacteriën.
  • Bewaar je boodschappen en maaltijden goed gekoeld, zo kunnen bacteriën zich niet snel vermeerderen en bederft het eten minder snel.