1. Eet gevarieerd:
- Variatie binnen de vakken.
- Genoeg vitamines en mineralen.
- Minder zout.
2. Eet niet te veel en beweeg:
- Kies voor de juiste hoeveelheid.
- Eet met regelmaat.
- Beperk het aantal extra's.
3. Eet minder verzadigd vet:
- Kies voor onverzadigd vet.
4. Eet veel groente, fruit en brood:
- Eet 200 gram groente per dag.
- Eet 2 stuks fruit per dag.
- Eet voldoende brood (het liefst de volkoren varianten).
5. Eet veilig:
- Koop bederfelijke producten als laatst en zet het bij thuiskomst gelijk in de koelkast.
- Was je handen voor het eten, voor het bereiden van eten en als je vlees hebt aangeraakt. Op die manier spoel je bacteriën weg.
- Ga bij de voorbereiding hygiënisch te werk, zo voorkom je de kans op kruisbesmetting.
- Door je eten te verhitten dood je bacteriën.
- Bewaar je boodschappen en maaltijden goed gekoeld, zo kunnen bacteriën zich niet snel vermeerderen en bederft het eten minder snel.